Arbeidsduur studentenarbeid

De arbeidsduurregeling van de student moet vermeld worden in de arbeidsovereenkomst. 

  • De wekelijkse arbeidsduur mag niet minder zijn dan een derde van de normale voltijdse arbeidsduur, tenzij voor jobstudenten met beperkte RSZ-bijdragen. 
  • De minimumduur van elke arbeidsperiode bedraagt drie uur.

Voor jeugdige studenten, dit zijn studenten jonger dan 18 jaar, zijn de maximale arbeidsgrenzen van toepassing. Zij mogen maximaal 8 uur per dag of 38 uur per week werken. De volgende uitzonderingen zijn toegestaan:

  • om het hoofd te bieden aan een gebeurd of dreigend ongeval;
  • om dringende arbeid uit te voeren aan machines en materiaal;
  • om het hoofd te bieden aan een onvoorziene noodzakelijkheid.

Zelfs bij deze uitzonderingen mag de jeugdige student niet meer dan 10 uur per dag of 50 uur per week werken.
De jeugdige student mag bovendien niet langer dan 4,5 uur ononderbroken werken. Na 4,5 uur dient een half uur pauze toegekend te worden. Na 6 uur arbeid bedraagt de pauze 1 uur.
De periode tussen de beëindiging van de arbeid en de hervatting moet minstens 12 opeenvolgende uren bedragen.
Jeugdige studenten hebben bovendien recht op zondagsrust en een bijkomende rustdag die onmiddellijk moet volgen op of voorafgaan aan deze zondag.