Arbeidsduur studentenarbeid

De arbeidsduurregeling van de student moet vermeld worden in de arbeidsovereenkomst.

  • De wekelijkse arbeidsduur mag niet minder zijn dan een derde van de normale voltijdse arbeidsduur, tenzij voor jobstudenten die enkel onderworpen zijn aan de bijzondere solidariteitsbijdrage. . 
  • De minimumduur van elke arbeidsperiode bedraagt drie uur.

Voor minderjarige studenten, zijn de maximale arbeidsgrenzen van toepassing. Zij mogen maximaal 8 uur per dag of 40 uur per week werken (38 uren per week effectief of 40 uren gemiddeld met toekenning van ADV). 

Er kan een hogere dagelijkse en wekelijkse grens worden vastgesteld in volgende gevallen:

  • om het hoofd te bieden aan een gebeurd of dreigend ongeval;
  • om dringende arbeid uit te voeren aan machines en materiaal;
  • om het hoofd te bieden aan een onvoorziene noodzakelijkheid.

Zelfs bij deze uitzonderingen mag de minderjarige student niet meer dan 10 uur per dag of 50 uur per week werken.

De minderjarige student mag bovendien niet langer dan 4,5 uur ononderbroken werken. Na 4,5 uur dient een half uur pauze toegekend te worden. Na 6 uur arbeid bedraagt de pauze 1 uur.

De periode tussen de beëindiging van de arbeid en de hervatting moet minstens 12 opeenvolgende uren bedragen.

Minderjarige studenten hebben bovendien recht op zondagsrust en een bijkomende rustdag die onmiddellijk moet volgen op of voorafgaan aan deze zondag.